Veldwerk

Veldwerk

Rufus

TheaterGeplaatst door Irene 08 feb, 2016 22:27

Op een hete zomermiddag in 2003 belde mijn docent Nienke Meeter me. Ze had een voorstel. Producent Sasha Dees had Nienke gevraagd of ze iemand wist voor een onderzoeksstage voor een documentaire over regisseur Rufus Collins. Nienke vroeg zich af of ik interesse had in die stage. Ik krabbelde snel de naam Rufus Collins op een blaadje – ik had geen idee wie dat was, maar dat zou Google me vast wel kunnen vertellen – en zei ja. Het onderzoeken van het leven van een mij toen nog onbekende regisseur prikkelde me.

Zes jaar later rondde ik mijn onderzoek naar Rufus Collins af met een masterscriptie. In de tussenliggende jaren had ik het gevoel gekregen dat ik Rufus persoonlijk had gekend hoewel ik hem nooit ontmoet heb. Ik luisterde naar zijn stem, ik zag hem op videobeelden, ik sprak met mensen die hem gekend hebben en daar prachtig over konden vertellen. Nog steeds ontmoet ik mensen die door hem zijn aangeraakt en opgetild.

Maar ik heb vaak genoeg ook mensen gesproken die nog nooit van Rufus gehoord hadden óf hem totaal niet interessant vonden. Een voetnoot in de geschiedenis van het Nederlandse theater. Een ietwat doorgedraaide Amerikaan met een witte papegaai op z’n schouder en achterhaalde ideeën. Zoals Rufus de ergste kritiek die hij op zijn werk kreeg verwoordde:

“You make Dutch swing too much”.

En ja, misschien was Rufus niet op zijn plek in het Nederlandse theater van de jaren tachtig met zijn “ikmaakdezevoorstellingvoormezelfennietvoorjou” mentaliteit. Maar hij was ook de man die zich niet omver liet blazen. Die potentie zag in acteurs en ze opzweepte het beste uit zichzelf te halen en alles te bevragen. Die nieuw repertoire introduceerde en makers met een andere achtergrond vertelde dat theater ook voor hen was.

Op dit moment is diversiteit weer een hot topic. De theaterwereld (maar ook de televisie- en filmwereld) is nog steeds vooral het domein van de blanke Nederlander. Voor een sector die er prat op gaat de spiegel van de samenleving te zijn, is dat op z’n minst ironisch. Ik hoop dat de aandacht voor diversiteit dit keer een echte verandering teweegbrengt.

De documentaire over Rufus Collins is helaas nooit gemaakt door gebrek aan interesse bij de fondsen. Aanstaande november zal het 20 jaar geleden zijn dat Rufus overleed. Zou het niet een mooi idee zijn om de documentaire nu dan eindelijk te maken? Eindelijk erkenning en bekendheid voor de man die altijd tegen de stroom in roeide.

PS: Lees voor meer informatie over Rufus en zijn werk het prachtige artikel van Maarten van Hinte in de Theatermaker van deze maand.

Contactsheet: Jean van Lingen





  • Reacties(0)//blog.ie-de.nl/#post54

Hildo

AlgemeenGeplaatst door Irene 26 okt, 2015 13:37

Situatie: een statige Art Nouveau villa aan de rand van het centrum van Steenwijk. Bij de deur twee bellen. Bij de linkerbel hangt een geplastificeerd A4 met rode pijlen en de tekst Hildo Kropmuseum. De voordeur zwaait zojuist open.

"Goedemorgen! Hebt u wel op de juiste bel gedrukt? Wij zijn van het Hildo Kropmuseum. En niet van de gemeente. Er bellen namelijk nogal veel mensen aan voor de gemeente. Want de wethouders zitten hier ook. Jaha, mooi kantoortje hoor, voor de heren en dames. Maar goed. U komt echt voor ons? Okee, entree!

(...)

Nee helaas, we accepteren geen Museumjaarkaarten. Nou ja, nog niet. Wij hebben het aangevraagd, maar de gemeente heeft verzuimd een handtekening te zetten. Dus nu moet de aanvraag opnieuw.

(...)

U is Amsterdammer? Ja, dat dacht ik al. Bijna iedereen die hier komt is Amsterdammer. Hildo was daar nu eenmaal de stadsbeeldhouwer. Dat waren nog eens tijden. Dat er van gemeenschapsgeld echt mooie dingen werden gemaakt. Maar ja. Tegenwoordig... Enfin, jullie Amsterdammers willen Hildo graag claimen, maar het was een echte Steenwijker!

(...)

Zo, gaat u lekker zitten. Dan zet ik de introductiefilm aan. Mocht u vragen hebben, ik sta hier om het hoekje.

(...)

U hoeft deel twee van de film niet te zien? Dat deel is iets korter, hoor. Een klein half uur. Maar goed, u wil vandaag nog terug naar Amsterdam. Waar u nu heen moet? Ha, ha, u moet natuurlijk niets! Ha, ha, HA! Maar u kunt het beste hier beneden beginnen. Ah, de bel. Zal wel weer iemand voor de gemeente zijn. Als u me zoekt, ik ben boven!

(...)

Zo, bent u al klaar beneden? Ja, bijna iedereen loopt daar verkeerd. Moeten die ambtenaren de deur ook maar dichthouden. Zo zonde, al die kantoorspullen in die prachtige serre. Vroeger was dat een oase van planten. Zal ik u wat uitleg geven bij de beelden? Nee? U kijkt liever zelf?

(...)

Ik zie u geïnteresseerd kijken naar dat beeldje. Dat is ook een prachtstuk. Het laatste dat ik via de kunstcommissie van de gemeente aan de collectie heb kunnen toevoegen. Ziet u, ik zat 30 jaar in die commissie dus als er iets belangwekkends van Hildo op de markt kwam, dan was het, hups, aangeschaft. Maar tegenwoordig moet dat allemaal met aanvraagformulieren en dan beslist zo'n ambtenaartje of het wel of niet mag. Machtspolitiek!

(...)

U gaat er weer vandoor? Als u naar de trein loopt, komt u nog langs het geboortehuis van Hildo. Tegenwoordig zit er een of andere discountzaak in. Die hebben de boel grondig verbouwd. Jaha! Dat mag allemaal maar van de gemeente Steenwijk! Maar gelukkig is de plaquette met de kop van Krop bewaard gebleven. Ik zou daar even langs lopen, als ik u was. Maar u moet natuurlijk niets!"








  • Reacties(0)//blog.ie-de.nl/#post53

Mijn theatergeschiedenis

TheaterGeplaatst door Irene 06 sep, 2015 20:50

Toen ik 12 was, besloot ik op een dag om helemaal alleen een boek te gaan kopen in de kinderboekenwinkel. Waarom ik dit zonder mijn ouders wilde doen, weet ik niet zeker. Ik herinner me wel een voorval waarbij ik onder de hoede van een moeder van een vriendin een boek had gekocht. Bij thuiskomst had mijn eigen moeder er toen op aangedrongen dat ik het boek zou ruilen omdat het “wel erg dun” was. Misschien dat ik daarom graag alleen wilde gaan.

Mijn missie was een boek te kopen over architectuur. Dat was mijn droomberoep. Eerst wilde ik tolk worden, maar dat leek me bij nader inzien nogal saai. Nee, dan architect. Een creatief, maar nuttig beroep. Ik fantaseerde over het ontwerpen van baanbrekende huizen en gebruikte elke tekenopdracht op school om alvast een portfolio aan te leggen. Zeker toen meester Rob me ongevraagd zei dat hij dacht dat je als architect tegenwoordig niet meer zelf hoefde te kunnen tekenen, werd mijn roeping alleen maar sterker.

In de kinderboekenwinkel dwaalde ik eerst wat rond. Even kwam ik in de verleiding om een knuffel van Pit de Pinguïn te kopen, maar ik besloot toch voor het architectuurboek te gaan. Pinguïns zijn leuk maar leveren gaan baan op, hield ik mezelf voor. Ik liep naar de kast met informatieve boeken.

Toen kwam de klap. Ik zag geen boek over architectuur staan. Een medewerker zag me zoeken. Met een spijtig gezicht vertelde ze me dat ze geen boek over architectuur hadden op dit moment. Wel kon ze me, als pleister op de wonde, twee andere boeken aanraden. Een soort do-it-yourself boek over hiëroglyfen (want “ook lekker creatief”) en een boek over theater (idem).

Mijn eerste impuls was om huilend weg te rennen, maar ik vermande me. Het hiëroglyfenboek schoof ik snel weg (dat vond ik om de een of andere reden aanstellerig). Het theaterboek sloeg ik open. Mijn droom om architect te worden verdween ter plekke. Theater, dat was het! Dat werd mijn toekomst.

Nu, 20 jaar later, werk ik in ‘het theater’. En nog steeds vind ik het een fascinerende wereld. Als een echte believer vertel ik graag over dit geweldige vak. Op 24 september zal ik dit doen in het Zaantheater. Vertellen over de geschiedenis van theater. Ik kan me niets leukers voorstellen.

PS: Kaarten voor mijn theatercollege kun je hier kopen: https://www.zaantheater.nl/voorstellingen/26982/door_Irene_Timmer/College_Theatergeschiedenis/



  • Reacties(1)//blog.ie-de.nl/#post52

Necro

SociologieGeplaatst door Irene 25 aug, 2015 14:26

Wat je koopt, is wie je bent. Niets is heerlijker dan het boodschappenmandje van de klant voor je te bestuderen in de supermarkt. Alleen maar groenten en verantwoorde granen? Health freak. Wijn, chips en chocola? Messy breakup. Of Vriendinnenavond. Lekker kort door de bocht interpreteren, veilig in je eigen hoofd.

Natuurlijk weet ik dat andere mensen dit ook bij mij doen. In de supermarkt vind ik dat geen probleem. Het is onschuldig vermaak en bovendien hoor ik toch niet wat degene achter me denkt. Of wat de caissière denkt. Maar laatst in de American Book Store werd ik openlijk geconfronteerd met de gedachten van de verkoper. En dat was vrij ongemakkelijk.

Ik moest bij de ABC een bestelling ophalen. Terwijl ik in de rij bij de klantenservice stond, dacht ik opeens aan een boek dat ik graag wilde lezen: Smoke gets in your eyes van Caitlin Doughty. De belevenissen van een jonge vrouw in een Amerikaans crematorium. Het leek me boeiend om te lezen over de manier waarop het er in een crematorium aan toe gaat. De sociologische kant van de dood, zeg maar. Dus toen ik aan de beurt was, vroeg ik aan de verkoper of ze dit boek op voorraad hadden.

De verkoper zwaaide zijn lange zwarte haar naar achteren en keek me indringend aan. “Ik denk het wel” zei hij. Hij voerde de titel in en mompelde: “Social sciences, is het daar terechtgekomen?” Hij schatte het boek blijkbaar niet in als populair sociologische kost. We liepen naar de kast waar het boek moest staan, maar helaas was het er niet meer. Ik wilde hem bedanken voor zijn moeite en vertrekken, maar hij hield me tegen. “Ik heb wel een ander boek voor je. Over lijken en wat daarmee allemaal gebeurt. Over ontbinding enzo. Dat is ook wel wat voor jou.” Ik lachte en wilde tegenwerpen dat ik geen interesse had in de biologische kant van de dood, maar hij was al weg.

Gelukkig was ook dit boek uitverkocht en kon ik me uit de voeten maken met een vrolijk: “Nou, voor mij geen lijken vandaag!”. Hij riep nog wat andere suggesties en dat hij de boeken ook voor me kon bestellen, maar ik rende de trap al af. Alsof de dood me op de hielen zat.





  • Reacties(0)//blog.ie-de.nl/#post51

Zaterdag

AlgemeenGeplaatst door Irene 01 nov, 2014 10:37

Ik zit in een weekend-outfit zonder make-up achter de computer. Fabian speelt op het kleed. Als Fabian zo zijn middagdutje doet, ga ik de zaterdagkrant lezen met een kop koffie. Daarna gaan we wandelen en boodschappen doen.

Dit klinkt als een heel normale zaterdag, maar voor mij is het abnormaal. De afgelopen 10 jaar (nou ja, 9 jaar en 10 maanden) werkte ik op zaterdag in De Kinderkleding Winkel. Toen ik studeerde, zocht ik een bijbaantje in Amsterdam. Bij de Kinderkleding Winkel hadden ze eigenlijk niemand nodig, maar omdat ik zo’n leuk gebreid tasje had, mocht ik toch komen. Heerlijk vond ik het er. Even niet denken, maar doen. Zeker tijdens het schrijven van mijn scripties was ik blij dat ik weer naar de winkel toe mocht. Klanten helpen, etalages maken, gekke gesprekken met kinderen voeren. En natuurlijk lachen en praten met baas Jeannet en mijn fantastische collega’s. Voordat ik het wist, werkte ik er drie dagen per week.

Na mijn afstuderen bleef ik. Als ik eenzaam achter m’n computer zat, keek ik echt uit naar een dag in de winkel. Maar langzaam bouwde ik af. De laatste jaren werkte ik alleen nog maar op zaterdag. Ik merkte dat ik steeds minder wist van de lopende zaken. Nu ben ik dus echt gestopt. Ik ga meer werken voor ACT. Op zaterdag ga ik weekenddingen doen met Fabian en Vincent. En af en toe koffiedrinken in de winkel.

PS: Okee, ik stop dus niet helemaal. Ik blog namelijk voor de winkel. Je kunt mijn blogs hier lezen






  • Reacties(0)//blog.ie-de.nl/#post50

De Bank

KantoorlevenGeplaatst door Irene 24 okt, 2014 17:23

Vrijdagochtend. Het regent. De zakelijk leider stuit op een probleem bij het internetbankieren. Haar probleem staat niet op de site bij de meest gestelde vragen. Ze belt De Bank.

(Vriendelijke computerstem)
“Welkom bij De Bank. Op onze website staan de antwoorden op de meest gestelde vragen. Mocht u toch iemand willen spreken, druk dan op 1”

De zakelijk leider drukt op 1.

(Vriendelijke computerstem)
“Al onze adviseurs zijn in gesprek”

Er klinkt een wachtmuziekje. De zakelijk leider drinkt haar koffie. En nog een kopje.

(Vriendelijke computerstem)
“Al onze adviseurs zijn nog steeds in gesprek. Het is erg druk. U kunt ervoor kiezen teruggebeld te worden. Dan wordt u zo snel mogelijk, maar zeker binnen drie werkdagen teruggebeld. Wilt u dit, kies dan 1”.

De zakelijk leider aarzelt, maar besluit door te zetten. Dit probleem moet voor woensdag opgelost zijn. Ze drukt niet op 1. Het wachtmuziekje begint weer. Ze beantwoordt haar mail. Ze overweegt naar de wc te gaan. Maar dan:

(Sombere mannenstem)
“Goedemorgen, met Sjaak de Vries. Wat kan ik voor u betekenen?

(Zakelijk leider)
“Goedemorgen. Ik zit met het volgende probleem. Ik heb een inlogcode nodig voor een bepaald boekhoudprogramma. Die heb ik niet. En….

(Sjaak)
“U hoort niet bij mij. Dit is de technische helpdesk”

(Zakelijk leider)
“O”

Stilte

(Sjaak, zuchtend)
“Wat is uw naam en geboortedatum? ”

De zakelijk leider geeft antwoord. Sjaak verbindt haar door. Het wachtmuziekje is vervangen door een eentonig gebliep.

(Vrolijke mannenstem)
“Goedemorgen op deze mooie morgen. Met Haro Vriezenkoop. Fijn dat u belt! U wilde uw voorletters wijzigen?”

(Zakelijk leider)
“Eh, nee. Ik wilde…

De vrolijke mannenstem klinkt opeens niet zo vrolijk meer, maar geïrriteerd.

“Ja, maar dat zegt mijn collega net! Die begint over voorletters! Hier staat I. en volgens Sjaak heet u I.D.”

(Zakelijk leider, verbaasd)
“Dat klopt, maar op mijn bankpas staat gewoon I.D. en op jullie site ook.”

(Haro)
“Maar hier niet! Hier niet, mevrouw! Dit moet gewijzigd worden. Ik zei nog tegen Sjaak dat hij u niet moest doorverbinden! Dan krijg je dit. Wat een gedoe”

(Zakelijk leider, licht wanhopig)
“Maar ik bel helemaal niet voor mijn voorletters. Ik wil een inlogcode. Er staat op de site dat ik jullie daarvoor moet bellen”

Haro mompelt wat. Er klinkt geritsel van papieren. Dan lijkt hij zich te herstellen.

“Dat klopt niet. Wij hebben geen inlogcodes”

(Zakelijk leider)
“Maar dat staat op jullie site!”

(Haro)
“O. Dan ga ik voor u kijken”

Het wachtmuziekje klinkt weer. De zakelijk leider overweegt op te hangen. Maar Haro is snel terug.

(Haro)
“Nee. Ik had gelijk. Die codes zijn op. Jammerdebammer. Maar niets houdt u tegen om een ander boekhoudprogramma te nemen, hoor. Die gegevens kunnen wij ook verwerken.”

(Zakelijk leider, verbijsterd)
“Op de site staat iets heel anders!”

(Haro, zuchtend)
“Vertrouwt u de site nou maar niet, mevrouw”

(Zakelijke leider)
“En mijn voorletters?”

(Haro)
“Daar is nu niets meer aan te doen. Ik wens u veel sterkte”





  • Reacties(0)//blog.ie-de.nl/#post49

De robots komen!

ACTGeplaatst door Irene 08 okt, 2014 10:07

Minister Asscher slaat luid alarm. De robots komen onze banen overnemen! Welke werkzaamheden kunnen alleen door mensenhanden of -hersens gedaan worden? Als je er lang over nadenkt, blijven er bedroevend weinig banen over. Een goed geïnstrueerde robot of computer zou in de toekomst misschien zelfs oneindig creatief kunnen denken en dat is toch het kenmerk dat mensen onderscheidt van dieren. De concurrentie zal dus pittig worden.

Maar er is één beroep dat volgens mij niet te vervangen is door robots. Een beroep dat het op dit moment juist moeilijk heeft. En dat is de acteur. Het is waar dat in film sommige personages te vervangen zijn door computeranimaties. Maar bepaalde menselijke trekken zijn moeilijk na te bootsen. Zo is de stem van het operating system uit de film Her niet gemaakt door een computer, maar ingesproken door actrice Scarlett Johanssen. En zijn de bewegingen van de computergeanimeerde Gollum uit The Lord of the Rings gebaseerd op de bewegingen van acteur Andy Serkis.

En voor toneelacteurs zie ik het helemaal rooskleurig in. Als toneel beschouwd kan worden als een spiegel van de samenleving, blijft de mens een belangrijk onderdeel. Er kunnen robots meespelen in voorstellingen, bijvoorbeeld als er een voorstelling wordt gemaakt over de problemen rond de robotisering. Maar een voorstelling met alleen maar robots is volgens mij maar één keer leuk. Daarna is de nieuwigheid er wel vanaf en snakken mensen (juist in een wereld vol robots) naar de verbeelding van menselijke emoties en relaties.

Dus minister Asscher, tijd voor een oproep aan alle twijfelende studenten. Word acteur! Een beroep met een toekomst!





  • Reacties(0)//blog.ie-de.nl/#post48

Sloganregen

SociologieGeplaatst door Irene 26 sep, 2014 15:46

“Het enige waar wij overeenstemming over bereiken, is over het ophalen van het huisvuil.” De straatmanager van de Damstraat zucht diep. Ik heb haar zojuist een flyer gegeven van de feestelijke lancering van het nieuwe merk Beethovenstraat: BEethoven. “Zoiets zou bij ons nooit gebeuren, vrees ik”.

Streetmarketing is het nieuwe citymarketing. Elke stad heeft nu z’n eigen slogan. I Amsterdam; Er gaat niets boven Groningen; Leiden, stad van ontdekkingen. De sloganregen heeft de boel er niet makkelijker op gemaakt. Elke stad blijkt volgens de eigen leus extra bijzonder en het bezoeken waard. En als je eenmaal een keuze hebt gemaakt, is de vraag waar je dan naartoe moet in zo’n stad.

De doorsnee bezoeker komt vaak niet verder dan het centrum. Gemeentes richten hun pijlen daarom in eerste instantie op de doorgangsroute van het station naar het centrum. Dit is meestal niet de makkelijkste klus. Vaak is zo’n straat een opeenstapeling van fastfoodtenten, souvenirshops en schimmige hotels. Het Damrak in Amsterdam is bijvoorbeeld een hoofdpijndossier. Voor elk pand dat opgeknapt wordt, verschijnt er weer een nieuwe rotte kies. En ook de Stationsstraat in Leiden is een gemeentelijk probleem, getuige de Leidse bijnaam van de straat: De Gazastrook.

Straten die verder van het centrum liggen, hebben een ander probleem. Bezoekers kennen de straten niet. Of de straat heeft een verkeerd imago. Aan de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid kleeft bijvoorbeeld het vooroordeel van kouwe kak en oubolligheid. Een straat waar oude dametjes in Burberryjassen in de rij voor de balie van de groentejuwelier staan. Een straat waar niets te beleven is. De winkeliers zijn het er over eens dat er meer nodig is dan mooie kerstverlichting en paashazen om de Beethovenstraat aantrekkelijker te maken. Daarom is de Beethovenstraat vanaf 27 september BEethoven. Het idee is dat elke winkel zijn eigen BE slogan bedenkt: BE passionate, BE a traveler etc. De mooiste leus is die van De Kinderkleding Winkel: BE Kind.

Even wennen is het nog wel. Het voelt nu nogal bedacht. Maar goed, wie moest er niet wennen aan I Amsterdam? Ik ben benieuwd welke straten volgen.





  • Reacties(0)//blog.ie-de.nl/#post47
Volgende »